tongdiagnostiek
 

Sinds mensenheugenis is de tong onderdeel van de diagnosestelling bij ziekten. Denk maar aan: "zeg eens aaaa", waarbij de tong ver uitgestoken moet worden. Veranderingen van de tong worden gezien als verandering aan de ingewanden. Een gezonde tong heeft geen groeven, trilt niet, heeft een licht wittig beslag en is roze.

In de westerse natuurgeneeskunde is de groeve, die midden over de tong loopt, een reflexzone voor de spijsvertering. Dat wil zeggen dat wat zich afspeelt in de spijsvertering weerspiegeld wordt op de tong.

Er zijn drie verschillende hersenzenuwen die de tong innerveren. Afzonderlijke delen van het lichaam behoren tot verschillende invloedgebieden van de zenuwen. Zo valt het te verklaren dat het voorste deel van de tong een relatie heeft met de maag, het middelste deel meer met de lever en het achterste deel met de darmen. Bij verstoringen in de organen zullen bijbehorende zenuwen in een andere frequentie komen en uitwerken op alle gebieden die ze beinvloeden, zo ook op de tong.

Natuurgeneeskundig wordt gekeken naar de conditie van het tongweefsel: slijm, beslag, kleur, geur en dikte van de tong, en tekens in de tong zoals lijntjes, stippen, kloofjes, groeven en tandafdrukken aan de zijkanten. Zij geven een aanwijzing wat in het lichaam speelt en een indicatie van de ernst van de aandoening. Dat kunnen aanwijzingen zijn voor ontstekingen, versterkte uitscheiding, ophopingen van afvalstoffen in het spijsverteringskanaal, stuwingen, orgaanbelasting, algemene verzuring.

 
Deze website is ontworpen en ontwikkeld door QuicklyConnected en wordt gehost door QC-hosting.